Wat is krentenbaard
Ziekteverschijnselen krentenbaard
Verspreiding en besmetting
Risicogroepen
Voorkomen krentenbaardinfectie
Behandeling krentenbaard
Kan iemand met krentenbaard naar dagverblijf, school of werk
Bekijk ook de informatie in de GGD Infobank over krentenbaard.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Team Infectieziektebestrijding van GGD IJsselland. tel. 038 - 42 81 656, e-mail: infectieziekten@ggdijsselland.nl
Wat is krentenbaard?
Krentenbaard ook wel impetigo genoemd, is een regelmatig voorkomende besmettelijke aandoening van de huid die veroorzaakt wordt door een stafylokok- of streptokokbacterie. Bij krentenbaard ontstaan eerst rode bultjes in groepjes op de huid. Midden in deze bultjes ontstaan blaasjes die snel indrogen tot honinggele korstjes. De infectie komt meestal in het gezicht voor rond de neus of mond, vandaar de naam krentenbaard. De aandoening komt vooral bij kinderen voor.
Ziekteverschijnselen krentenbaard
De infectie begint vaak op een plaats waar de huid al beschadigd is. Er ontstaan rode vlekken of bultjes in het gezicht, vooral rond de neusgaten en mond. Soms ook op armen en benen waar de plekken groter zijn. De bultjes worden blaasjes waarin gelig vocht zit. Als de blaasjes opengaan ontstaan natte plekjes en geelbruine korstjes. De plekken met blaasjes en korstjes kunnen snel uit breiden. De huid kan pijnlijk zijn en jeuken. Na besmetting duurt het één tot drie dagen voordat er verschijnselen van krentenbaard optreden.
Verspreiding en besmetting
Veel mensen dragen de bacterie in de neus of keel bij zich zonder zelf ziek te zijn. De bacterie kan verspreid worden door hoesten en niezen. Mensen kunnen ook besmet raken door direct contact met krentenbaardplekken van een ander. Dat gebeurt vooral bij kinderen omdat zij elkaar veel aanraken. Door te krabben aan de krentenbaardplekken kan de bacterie op de handen en op speelgoed terechtkomen, hierdoor kunnen andere kinderen besmet raken. Ook kunnen kinderen zichzelf opnieuw besmetten door aan de plekken te krabben.
Risicogroepen
Krentenbaard komt het meest voor bij jonge kinderen. De kans op krentenbaard is groter wanneer de huid in het gezicht al beschadigd is door bijvoorbeeld insectenbeten, eczeem of schaafwondjes.
Voorkomen krentenbaardinfectie
Goede hygiëne helpt om infecties met krentenbaard te voorkomen. Vermijd daarom contact met de krentenbaardplekken en was de handen na contact met desinfecterende zeep. Droog de handen daarna aan een schone, droge handdoek. Was de handen ook na contact met speelgoed van kinderen met krentenbaard. Maak speelgoed dat in de mond gestopt kan worden goed schoon. Probeer te voorkomen dat een kind aan de krentenbaardplekken gaat krabben. Gebruik in de thuissituatie een aparte handdoek voor iemand met krentenbaard en verschoon die dagelijks. Houd de hand voor de neus en mond bij hoesten en niezen en leer ook kinderen dat te doen. Het is het beste om daarna de handen te wassen. Een papieren zakdoekje gebruiken en na eenmalig gebruik weggooien is nog beter.
Behandeling krentenbaard
Krentenbaard is goed te behandelen. Complicaties komen zelden voor. Bij klachten die passen bij krentenbaard wordt geadviseerd contact op te nemen met de huisarts. Wanneer de krentenbaard beperkt blijft tot enkele plekjes kan volstaan worden met een lokale behandeling met een antibioticazalf. Bij meer uitgebreide vormen van krentenbaard kan daarnaast een antibioticakuur gegeven worden. Met de juiste behandeling geneest krentenbaard snel en zonder littekens. De besmettelijkheid is verdwenen wanneer de blaasjes opgedroogd zijn of twee dagen na start van een behandeling met antibiotica. Tegen de ziekte ontstaat geen immuniteit, mensen kunnen meerdere keren krentenbaard krijgen.
Kan iemand met krentenbaard naar dagverblijf, school of werk?
Iemand met krentenbaard kan gewoon naar dagverblijf, peuterspeelzaal, school of werk. Iemand is al besmettelijk voor anderen voordat er verschijnselen optreden. De bacterie kan ook verspreid worden door iemand zonder klachten.
Thuisblijven met krentenbaard helpt dus niet om verspreiding van de huidaandoening te voorkomen. Informeer de leiding van een kindercentrum of school omdat het om een besmettelijke aandoening gaat. De leiding kan dan andere ouders informeren zodat die alert kunnen zijn op verschijnselen van krentenbaard bij hun kind.
De GGD kan in sommige gevallen adviseren een kind thuis te houden tot de blaasjes zijn opgedroogd of tot na de start van de behandeling. Bijvoorbeeld wanneer het gaat om een kind met uitgebreide en grote verwondingen of wanneer er veel kinderen met krentenbaard in één groep zijn.
Terug naar het begin