Zendmasten staan overal in Nederland. Dit is nodig voor een goed dekkend netwerk voor mobiele telefonie. Zendmasten ontvangen en versturen informatie naar mobiele telefoons. Dit gebeurt via elektromagnetische golven, ook wel radiogolven of straling genoemd.
Er zijn verschillende netwerken voor mobiele telefoons. GSM is het netwerk waarmee u mobiel kunt bellen en sms’en. Het UMTS-netwerk biedt meer mogelijkheden. Bijvoorbeeld mobiel internetten en het versturen van filmpjes en muziek.
Radiogolven en gezondheid
Zendmasten geven radiogolven af. Dit noemt men straling. De veldsterkte zegt hoe veel straling er is op een bepaalde plaats. Bij een hoge veldsterkte is er dus veel straling. Dan kan het lichaam of een deel ervan opwarmen. Net als radiogolven in de magnetron zorgen voor de opwarming van voedsel.
Om opwarming te voorkomen, adviseert de Europese Commissie een maximale veldsterkte. Dit noemt men een blootstellingslimiet. Deze waarde is 50 keer lager dan de waarde waarbij het lichaam kan opwarmen. In Nederland zijn de veldsterktes in woongebied veel lager dan de blootstellingslimiet.
Er is tot nu toe geen bewijs dat beneden de blootstellingslimiet andere gezondheidseffecten optreden.
Wonen bij een zendmast
Er is geen reden om aan te nemen dat het wonen in de buurt van zendmasten gevaarlijk is voor de gezondheid. Uit onderzoek blijkt dat:
- de veldsterkte al op 3 meter naast de zendmast lager is dan de blootstellingslimiet
- de veldsterkte al een halve meter onder de zendmast veel lager is dan de blootstellingslimiet
- een betonnen dak voor afscherming van de golven zorgt. Dus onder het dak is de veldsterkte nog lager
Effecten op de lange termijn
Sinds begin jaren negentig staan in Nederland GSM-zendmasten. UMTS-zendmasten zijn er sinds 2003. Daarom is nog onzeker wat de mogelijke gezondheidseffecten op lange termijn zijn.
De Gezondheidsraad houdt de uitkomsten van nieuw wetenschappelijk onderzoek in de gaten. Op basis van de huidige kennis schat de Gezondheidsraad het gezondheidsrisico op lange termijn erg laag in. Daarom ziet zij geen reden om uit voorzorg de blootstellingslimiet te verlagen. De GGD sluit zich hierbij aan.
Storingen van elektrische hulpmiddelen (pacemakers, gehoorapparaat)
Het niveau van de veldsterkte in de leefomgeving is zo laag dat storing van elektrische hulpmiddelen nauwelijks kan optreden. Fabrikanten besteden veel aandacht aan het voorkomen van storingen door radiogolven.
Apparatuur van vóór 1990 kan wel hinder hebben van radiogolven van mobiele telefoons:
- Om storing van uw pacemaker te voorkomen, kunt u het beste een afstand van vijftien centimeter houden tussen de mobiele telefoon en uw pacemaker.
- Dit geldt ook als de telefoon stand-by staat. Als u een pacemaker heeft, kunt u uw mobieltje dus beter niet in de binnenzak van uw colbert of jas dragen.
Meer informatie
Informatie over onderzoek naar de gezondheidseffecten van GSM en UMTS, vindt u bij:
U kunt contact opnemen met de GGD. De afdeling Milieu en Gezondheid is bereikbaar via tel. 0900 277 77 77 (lokaal tarief) of e-mail milieuengezondheid@ggdijsselland.nl.