De oorzaken voor deze zich voortzettende daling zijn moeilijk te definiëren. Halt bereikt jaarlijks zo’n 400.000 jongeren met de vuurwerkcampagne: via voorlichting op scholen en via de speciale vuurwerkwebsitesvoor jongeren uit het basis- en voortgezet onderwijs. Deze landelijke activiteit levert resultaat op.
Illegaal
De meeste jongeren (70%) zijn naar Halt verwezen voor het afsteken van vuurwerk buiten de toegestane tijd; 19% is aangehouden voor het in bezit hebben/afsteken van illegaal vuurwerk. Dit is een lichte daling van 1% ten opzichte van vorig jaar. In 2009 en de jaren daarvoor was het aandeel illegaal echter nog 14%. Illegaal vuurwerk lijkt dus nog steeds populair onder jongeren.
Nieuwe Richtlijn Openbaar Ministerie
De stijging van 6% naar 11% voor aanhoudingen voor het in bezit hebben van vuurwerk buiten de toegestane periode of van meer dan 10 kilo, (artikel 1.2.4) kan verklaard worden door de nieuwe richtlijn voor jeugdige verdachten van het OM. Voor het bezit tot 50 kilo kan naar Halt worden verwezen. Voorheen was dit maximaal tien kilo. Door deze nieuwe richtlijn is het bezit van strijkers niet langer Halt-waardig. Hierdoor zou wellicht een deel van de daling in de verwijzingen verklaard kunnen worden.
Regionale cijfers
De meeste verwijzingen (180) waren in Gelderland. In IJsselland waren 11 verwijzingen. In 2010 waren dit er 21.
Lik-op-stuk
De Halt-afdoening biedt maatwerk en wordt altijd zo snel mogelijk na de verwijzing naar Halt uitgevoerd. Lik-op-stuk werkt bij jongeren. Alle jongeren die voor vuurwerkdelicten bij Halt terechtkomen, krijgen samen met hun ouders een gesprek. Vervolgens gaan de jongeren een aantal uren aan het werk. Jongeren die illegaal vuurwerk hebben afgestoken, schade hebben aangericht of die al eerder bij Halt zijn geweest, doorlopen de hele Halt-afdoening: drie gesprekken (met ouders), een leeropdracht, excuses aanbieden aan de benadeelde en de schade vergoeden.