Als iemand slachtoffer is geworden van een zedenmisdrijf en daarvan aangifte doet bij de politie, zal zo snel mogelijk een zogenaamde zedenkit door de forensisch arts worden afgenomen. Volgens een vast protocol wordt het lichaam van het slachtoffer (en zo mogelijk ook van de dader) onderzocht op sporen van geweld en biologisch materiaal (bloed, sperma, speeksel en ander DNA bevattend materiaal) om daarmee een mogelijke verdachte te kunnen koppelen aan het misdrijf. Ook wordt eventueel letsel nauwkeurig in kaart gebracht (zie ook Letselrapportage). Na het zedenonderzoek wordt verdere nazorg voor het slachtoffer in gang gezet.