Wij gebruiken cookies

De cookies worden gebruikt voor onderzoek naar webstatistieken. Dat helpt ons om de site te verbeteren.

U bevindt zich op:  Home

Mijn gemiddelde gezin

Ik ben een generatie-X-er. En zoals het elke generatie betaamt, deugde er van die van mij nooit iets. Ik ben een nix-er. Van de patatgeneratie. Ik ben cynisch, niet geïnteresseerd in trouwen en wil het liefst een baan voor het leven want de arbeidsmarkt is onbetrouwbaar. Altijd al geweest.

Dat wil zeggen, als ik een gemiddelde X-er zou zijn. Inmiddels ben ik getrouwd en ben ik als ZZP-er ongeveer elk jaar ergens anders aan het werk. Ik heb vier kinderen en sta daarbij, samen met mijn man, aan het hoofd van onze eigen gebrouwen generatie Z. Vier prachtige, heerlijke, knappe, eigenwijze, tikkie luie, lieve kinderen. Allemaal met hun eigen gebrek.

Dat wil zeggen, als het gemiddelde kinderen zouden zijn. Maar dat zijn ze niet. Ja, ze zijn prachtig, heerlijk, knap, eigenwijs, een tikkie lui en lief. Maar ze zijn ook irritant, boos, koppig en altijd online. Ze eten slecht, ze ruimen nooit wat op en maken altijd ruzie met elkaar. De oudste spant de kroon en heeft het zo bont gemaakt in haar eerste puberjaren dat ze opgenomen is geweest in een kliniek voor kinderen met psychische gezondheidsproblemen. Ze loog, bedroog, stal en gebruikte drugs. Dat was even andere koek dan die dromen die je hebt als je als ouders de streepjes op de zwangerschapstest ziet staan. Dan droom je over nagels lakken en samen shoppen en niet over je geld natellen om te checken of er niets gejat is.

Dochter twee is dan ook van een heel andere categorie. Na dochter één was nummer twee een makkie. Een opluchting, omdat je je als ouder toch afvraagt of je wel capabel bent. Dat doet iets met je eigenwaarde trouwens, maar dit terzijde. We noemen haar dan ook wel eens Ennie: Enige Normale. Hoewel ze wel op zeer jonge leeftijd Lyme heeft opgelopen en al twee keer Pfeiffer heeft gehad. Een soort medisch wonder dus, maar dan in de minder prettige zin van het woord.

Dochter drie heeft ADD, moeite met rekenen en vertoont tekenen van dyslexie. Zoon is hoogbegaafd, heeft geen ADHD maar kan werkelijk geen seconde stil zitten, heeft geen vrienden want hij vindt niemand interessant en kan, misschien wel daardoor, niet samenwerken.

Het is mijn bonte club. Een club waarmee we staan en opvallen. Die we zo goed en zo kwaad begeleiden naar een lang, gelukkig leven. Wat soms een eenzame klus lijkt. Omdat mensen in heel veel situaties uitgaan van het gemiddelde. De Cito-toetsen, de hobby’s, de carrière keuzes, de opvattingen, de opvoeding; het moet volgens een bepaalde norm. Zoals anderen het ook doen of vinden. Een norm die voor ons soms niet haalbaar is. Omdat zoon bijvoorbeeld op school wel uitgelegd krijgt hoe je moet rekenen maar niet hoe je vrienden maakt. Omdat dochter drie echt wel goed kan leren, maar met beeld en niet met tekst. Omdat dochter twee soms wel met gym mee kan doen en soms niet. Omdat dochter één is opgekrabbeld uit de donkerste periode van haar leven en nu anderen helpt als ervaringsdeskundige.

En weet je? Ik weet zeker dat ze er gaan komen. Want juist omdat ze niet gemiddeld zijn, juist omdat ze opvallen, blijven ze staan. Die gebreken, die worden en zijn hun deugd. En ik ben donders trots op ze.

GGD IJsselland omarmt moderne standaarden en technieken.
Uw webbrowser ondersteunt deze standaarden niet. Stap daarom over op een recente browser zoals Chrome of Microsoft Edge.